Het kruis is een symbool dat door velen wordt gebruikt – ook in onze seculiere samenleving. Het is misschien wel het meest gebruikte logo op aarde – bekender dan de drie strepen van Adidas of de appel met een hap uit van Apple. En ieder mens kan het gebruiken.
Als uiterlijk teken van je geloof in Jezus, maar ook als een mode-ding, gothic-symbool, politiek statement voor een christelijk Europa of gewoon omdat je het mooi vindt.
Het kan verkeren. Het werktuig van een vernederende, gruwelijke doodstraf is veranderd in een symbool dat je op je lichaam kunt tatoeëren. Over die transformatie van het kruis is een heel verhaal te vertellen. In ieder geval was het kruis in de eerste eeuwen van het christendom nog teveel verbonden met het vreemde en schandalige gebeuren van een echte kruisiging, om het als een kostbaar teken of sieraad te gebruiken.
Misschien is een van de functies van de tijd voor Pasen – de veertigdagentijd of lijdenstijd – dat we weer gaan beseffen dat het kruis geen logo is om je identiteit tentoon te spreiden en ook geen sieraad om te koesteren. Het kruis verwijst naar de gekruisigde Zoon van God, die de zonde van de wereld op zich nam en ervoor koos om de zwakke en lijdende dienaar van allen te worden.
Als het kruis een teken is, dan het rauwe teken van hoe God nederig en arm ons onder is om ons te dienen en door lijden en dood heen te redden van het kwaad en de hardnekkige neiging van ons mensen om de boel altijd weer te verzieken.
Zo bezien, zou de enige passende plek waar je een kruis kan tatoeëren de zolen van je voeten zijn. Het logo van de Zoon van God die zich vernederde om als een slaaf onze voeten te wassen op het naar zweet stinkende eelt van je voetzolen. Voel je ook gelijk dat het kruis aan ons is gegeven als manier van leven, als lifestyle – in Jezus’ woorden: ’Wie achter Mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en Mij volgen.’ (Mattheüs 16:24)
Ds. Johan Visser